Home · Over Chak · Genocide · Anfal · Halabja
Navigatie
Home
Articles
Genocide
Anfal
Halabja
Activiteiten
Contact Me
Photo Gallery
Web Links
Search

Gebruikers online
Gasten online: 2
Geen leden online

Aangemelde Leden: 1
Nieuwste lid: chakadmin
Laatste artikelen
Er is nog geen inhoud voor dit paneel
erken Koerdische genocide
erken Koerdische genocide!

De stad Halabja heeft economische en financiële steun nodig. Daar ligt ook een rol voor Nederland, niet op de laatste plaats omdat veel grondstoffen van het gebruikte gifgas, afkomstig waren uit Nederland

SP-Kamerlid Harry van Bommel

Vandaag is het precies 23 jaar geleden dat Saddam Hoessein een gifgasaanval begon op de Iraaks Koerdische plaats Halabja. Bij die aanval kwamen meer dan vijfduizend mensen om. Nog steeds is er geen internationale erkenning van dat misdrijf als genocide. Bij de herdenking vandaag van de gifgasaanval pleit Harry van Bommel voor die erkenning en de stichting van een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog omschreef de Britse premier Winston Churchill de daden van Duitsland in Europa als “een misdaad waar geen naam voor bestaat.” Na de oorlog werd deze misdaad een naam gegeven: genocide. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties nam in december 1948 het Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide aan. Dit verdrag werd in januari 1951 van kracht. Het verdrag stelde dat “genocide, ongeacht of het feit in vredes- dan wel in oorlogstijd wordt bedreven een misdrijf is krachtens internationaal recht, welk misdrijf zij op zich nemen te voorkomen en te bestraffen.” Het verdrag definieert genocide als “handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische of religieuze groep, dan wel een groep behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk te vernietigen.” Dit is precies wat er gebeurde in 1986 toen Saddam Hoessein een campagne tegen de Koerden begon waarbij in 1988 grootschalige gasaanvallen werden gebruikt.

Hoewel de Verenigde Staten de campagne nu genocide noemen, deden ze dat toentertijd niet omdat er officieel niet genoeg bewijs was dat Saddam genocide pleegde tegen de Koerden. Soortgelijke argumenten werden gebruikt in zowel Rwanda als Bosnië. Er werd beweerd dat er niet genoeg informatie was of dat de gebeurtenissen niet pasten in de officiële definities van genocide. De regering Clinton, die terughoudend was voor interventie na de mislukking van de Amerikaanse inval in Somalië, vermeed bewust het gebruik van de term genocide met betrekking tot Rwanda, hoewel zeker 800.000 mensen werden vermoord in de eerste 100 dagen van de burgeroorlog. Deze voorbeelden tonen het belang aan van een vroege erkenning van genocide.

Na mijn eerste bezoek aan Koerdistan in 2008 samen met Fred Teeven (VVD) vroeg ik de Nederlandse regering of zij de campagne tegen de Koerden als genocide bestempelde. Wij waren erg teleurgesteld toen het antwoord ontkennend was. Samen met politici in heel Europa streef ik nu naar Europese erkenning van de campagne tegen de Koerden als genocide. December 2010 bezocht ik de stad Halabja en sprak er met overlevenden van de gifgasaanvallen. Veel mensen hebben nog steeds medische zorg nodig hoewel de verschrikkingen 23 jaar geleden plaats hadden. Het is ook duidelijk dat de stad Halabja economische en financiële steun nodig heeft om huizen te bouwen, wegen aan te leggen en instituties op te richten. Daar ligt ook een rol voor Nederland, niet op de laatste plaats omdat veel grondstoffen van het gebruikte gifgas, afkomstig waren uit Nederland. Die leveranties waren lange tijd gewoon door de overheid vergund. Dat is verwijtbaar omdat Irak toen al jaren in oorlog was met Iran en er al eerder berichten waren over de inzet van gifgas.

De internationale gemeenschap moet meer doen om te helpen. Niet alleen in Halabja of in Koerdistan. Heel Irak heeft behoefte aan buitenlandse investeringen om beter te kunnen herstellen van de gevolgen van de oorlog. Daarom heb ik de Nederlandse regering opgeroepen het Duitse voorbeeld te volgen en een volwaardig consulaat in Koerdistan te openen teneinde burgers en bedrijven te steunen in het reizen en zakendoen met Koerdistan. Tevens ben ik in gesprek met de Nederlandse zakenwereld, de Kamers van Koophandel en het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering om te onderzoeken of zij een helpende hand nodig hebben om hun weg in Irak te vinden. Het herbouwen van het land na een oorlog is een enorme taak maar geeft ook kansen voor ondernemers.

Dit jaar is de Halabjaherdenking eenmalig in het gebouw van de OPCW, de organisatie die toeziet op het verbod op chemische wapens. In de jaren hiervoor gebeurde dit op de stoep tegenover het gebouw van de OPCW. De Koerdische gemeenschap in Nederland verdient een fatsoenlijke plaats om op een waardige wijze de genocide op haar volk te herdenken. Het gebouw van de OPCW is te klein om elk jaar alle belangstellenden onderdak te bieden maar gelukkig is Den Haag rijk aan plantsoenen en pleinen. Met de plaatsing van een monument of gedenksteen op één van die plaatsen kan worden voorkomen dat nabestaanden en overlevenden volgende jaren deze herdenking moeten houden op een wijze die geen recht doet aan het leed dat is geschied

http://www.sp.nl/wereld/opinies/1172/Erken_Koerdische_genocide.html
Gearresteerden Oost-Koerdistan spoorloos verdwenen
13/10/2010 SINE – Van de in Sine (Sanandaj), Oost-Koerdistan, gevangen genomen zes mensen wordt sinds april tot heden toe niets meer vernomen.

Door een van onze redacteuren
Foto: kurdaid.ch

Volgens berichtgevingen werd Leyla Mansur in april in haar geboortedorp Hanis, in Sine, gearresteerd door nationale veiligheidstroepen. Haar familie heeft laten weten sindsdien niets meer van haar noch over haar situatie vernomen te hebben.

Een zelfde situatie heeft doet zich voor in een ander dorpje van Sine, het Selwat Awayê, waar zes maanden geleden Hisam Selwati werd gearresteerd en over wie sindsdien ook geen berichtgevingen meer gedaan worden.

Uit Sine zijn Mansur en Selwati niet de enige die na hun arrestatie verwenen zijn. Het laatste half jaar zijn er nog vier andere mannen en vrouwen van veelal jonge leeftijden opgepakt en verdwenen. Ook van hen is na hun arrestatie door staatsveiligheidstroepen niets meer vernomen.

Bron: Azady.nl, ANF
http://azady.nl/news.php?readmore=10343
Rahman Haydari is een Koerd uit Iran. Van wege politieke actieviteiten
ActiviteitenRahman Haydari is een Koerd uit Iran. Van wege politieke actieviteiten en samenwerking met de Koerdishe partijen werd hij voor 3 jaar lang vastgehouden. Na dat hij uit de gevangenis gevlucht is, is hij naar Nederland gevlucht. In middels woont hij 2,3 jaar in Nederland. Maar De Nederlandse staat heeft hem niet Asielvergunning gegeven en sterker nog op 19-08-2010 werd hij door de Nederlandse politie aangehouden en zit momenteel in een van de gevangenissen in Rotterdam zo dat ze hem terug sturen en aan de Iraanse autoriteiten terug geven.

Als Nederland dit besluit niet terug trekt en Rahman haydari terug stuurt dan wordt hij zeker door de Iranse regime ter dood beoordeeld. Want geen enkele politieke ideologie past in hun systeem als het niet eens is met hun denkwijze. Verder amnesty international nederland is tegen dit besluit en veroordeel het.

Daarom vragen wij de Nederlandse Parlement en de Overige Nederlanse organtisatie voor Mensen Recht dat zij druk zetten op de Nederlanse regering en er voor zorgen dat deze besluit terug getroken wordt en dat Rahman Haydari bevrijd wordt en niet terug gestuurd wordt. Tevens dit besluit wat door Nederland genomen is, is tegen de Mensen recht.

Met volle verwachtingen wachten we op een Postief antwoord van U.
Ako Ali Faraj
ActiviteitenMijn naam is Ako Ali Faraj, bekend als Husaini. Ik ben een Iraanse Koerd en mijn document nummer is 63334441. Mijn geboorte datum is 10-12-1976 en ik ben geboren in Bane te Iran.
Ik heb in Nederland Asiel aangevraagd en de rechter heeft mij een Negatief besluit toegekend en ze hebben besloten om mij terug te sturen naar Iran.

Ik was lid van de Democratische Partij van Iraans Koerdistan ( pdki ) en die partij is in Iran verboden. Omdat in Iran een dictatuur heerst, nog steeds martelingen plaats vinden en vooral de leden van ( PDKI ) tot de dood veroordeeld worden loopt mijn leven gevaar wanneer ik terug gestuurd wordt.
Daarom wil ik hierbij jullie vriendelijk vragen om het besluit van de rechtbank te herzien en er voor te zorgen dat de rechter mijn dossier opnieuw beoordeelt.

Hieronder zijn mijn Adres gegevens:

Pepinusburg 2
6102 RJ Echt.

Met vriendelijke Groet,

Ako Ali Faraj

'UNICEF moet in actie komen tegen Turkije'
ActiviteitenStockholm, 15 juni 2010 - De Zweeds-Koerdische mensenrechtenorganisatie Kurdocide Watch-CHAK vindt dat VN-organisatie UNICEF meteen in actie moet komen voor de duizenden gevangen gezette Koerdische kinderen in Turkije. Dat zegt de instantie in een persverklaring.

Kurdocide Watch-CHAK schat het vervolgde minderjarigen vanwege de Wet Bestrijding Terreur [de Turkse anti-terreurwet] op 5.000 tot 7.000 en het aantal opgesloten kinderen op 2.300.

CHAK stuurde vanwege de ernst van de situatie een brief naar VN-kinderrechtenorganisatie UNICEF om deze attent te maken van de cijfers. De brief werd ook gezonden naar UNICEF-vertegenwoordigingen in onder anderen Turkije, België, Nederland, Israël, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Japan.

Kinderen helpen

Woordvoerder Gabar Çiyan zei dat de brief vergezeld gaat met twee rapportages over de als 'stenen gooiende kinderen' bekend staande gevangenen. "Van UNICEF is duidelijk gevraagd dat ze naar Koerdistan komen om de situatie met eigen ogen te zien," zo verduidelijkte hij. De kinderen gaan mentaal en fysiek erop achteruit vanwege de slechte behandeling in de Turkse gevangenis. "Turkije ondermijnt publiekelijk het Kinderrechtenverdrag. Jullie moeten ingrijpen en de Koerdische kinderen helpen," zo staat er in de brief van CHAK. (Foto: unicef)

© Rudaw
VAN BOMMEL VRAAGT STEUN UNICEF
ActiviteitenVAN BOMMEL VRAAGT STEUN UNICEF-AMBASSADEURS VOOR VRIJLATING KOERDISCHE KINDEREN
18-06-2010 • Tweede Kamerlid Harry van Bommel steunt de internationale oproep om in actie te komen voor de vrijlating van de ongeveer 2700 Koerdische kinderen die in Turkije in de gevangenis zitten. In Kamervragen aan minister Verhagen vraagt hij druk uit te oefenen op Turkije om het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind na te leven. In een rechtstreekse oproep aan de Nederlandse UNICEF-ambassadeurs Monique van der Ven en Paul van Vliet vraagt hij hen de internationale actie te ondersteunen.

Naar schatting 2700 Koerdische kinderen, het merendeel opgepakt bij demonstraties, zitten vast op basis van de Wet Bestrijding Terreur. Nog eens 7000 kinderen wachten op berechting. Gevangenisstraffen van zes jaar of langer zijn daarbij aan de orde van de dag. In Turkije dringen kinderrechtenactivisten er bij het Turkse parlement op aan om nog voor het zomerreces een wetswijziging aan te nemen die ervoor zorgt dat de kinderen worden vrijgelaten. De Zweedse mensenrechtenorganisatie Kurdocide Watch-CHAK besloot deze week Unicef te vragen zich bij die oproep aan te sluiten omdat aan deze erbarmelijke situatie maar geen einde komt.

Van Bommel: “Haast is geboden en een internationale actie kan vrijlating van deze kinderen bespoedigen. Vorig jaar heeft minister Verhagen terecht kritiek geuit op het feit dat Turkije het Kinderrechtenverdrag ondergeschikt maakte aan anti-terreurwetgeving. Nu steeds meer kinderen worden opgesloten mag de minister niet zwijgen. Verder hoop ik natuurlijk dat Monique van de Ven en Paul van Vliet zich bij de actie zullen aansluiten.”

Met het instellen van de Wet Bestrijding Terreur in 2006 handelt Turkije in strijd met het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind waarin wordt gesteld dat kinderen onder het jeugdrecht moeten vallen. Slechts in heel uitzonderlijke gevallen is gevangenisstraf voor kinderen toelaatbaar en ook dan moet een goed contact tussen kinderen en hun ouders mogelijk blijven. Aan die voorwaarden voldoet Turkije niet, zo menen mensenrechtenverdedigers. Ook de behandeling in de gevangenis is onaanvaardbaar. Begin mei kwamen kinderen in de gevangenis van Diyarbakir in opstand vanwege de slechte medische verzorging.
14 jarige meisje dood na Iraanse bombardement
14 jarige meisje dood na Iraanse bombardement
30/05/2010 CHOMAN - Een veertien jarige meisje kwam vanmorgen om het leven nadat regio Choman, Zuid-Koerdistan, zwaar onder vuur werd genomen door de Iraanse artillerie. Verschillende bronnen melden dat er tot nu toe 65 gezinnen op de vlucht zijn geslagen naar de veilige plekken in Zuid-Koerdistan.

Door een van onze redacteuren
Foto: Sbeiy

De Iraanse artillerieaanval begon vanmorgen om 3.30 uur en duurde zes uur in totaal. Vijf dorpen werden gebombardeerd die relatief diep binnen de grenzen van Zuid-Koerdistan liggen. In deze gebieden bevinden zich geen strijders van de PJAK waar vermoedelijk de Iraanse aanval voor bedoeld was. Het veertien jarige meisje werd door de Iraanse artillerieaanval getroffen toen ze onderweg was naar school. Het Iraanse leger heeft sinds een week een zware aanval geopend op de Koerdische gebieden waar vermoedelijk strijders van de PJAK zich bevinden.

30/05/2010 CHOMAN - Een veertien jarige meisje kwam vanmorgen om het leven nadat regio Choman, Zuid-Koerdistan, zwaar onder vuur werd genomen door de Iraanse artillerie. Verschillende bronnen melden dat er tot nu toe 65 gezinnen op de vlucht zijn geslagen naar de veilige plekken in Zuid-Koerdistan.

Door een van onze redacteuren
Foto: Sbeiy

De Iraanse artillerieaanval begon vanmorgen om 3.30 uur en duurde zes uur in totaal. Vijf dorpen werden gebombardeerd die relatief diep binnen de grenzen van Zuid-Koerdistan liggen. In deze gebieden bevinden zich geen strijders van de PJAK waar vermoedelijk de Iraanse aanval voor bedoeld was. Het veertien jarige meisje werd door de Iraanse artillerieaanval getroffen toen ze onderweg was naar school. Het Iraanse leger heeft sinds een week een zware aanval geopend op de Koerdische gebieden waar vermoedelijk strijders van de PJAK zich bevinden.

30/05/2010 CHOMAN - Een veertien jarige meisje kwam vanmorgen om het leven nadat regio Choman, Zuid-Koerdistan, zwaar onder vuur werd genomen door de Iraanse artillerie. Verschillende bronnen melden dat er tot nu toe 65 gezinnen op de vlucht zijn geslagen naar de veilige plekken in Zuid-Koerdistan.

Door een van onze redacteuren
Foto: Sbeiy

De Iraanse artillerieaanval begon vanmorgen om 3.30 uur en duurde zes uur in totaal. Vijf dorpen werden gebombardeerd die relatief diep binnen de grenzen van Zuid-Koerdistan liggen. In deze gebieden bevinden zich geen strijders van de PJAK waar vermoedelijk de Iraanse aanval voor bedoeld was. Het veertien jarige meisje werd door de Iraanse artillerieaanval getroffen toen ze onderweg was naar school. Het Iraanse leger heeft sinds een week een zware aanval geopend op de Koerdische gebieden waar vermoedelijk strijders van de PJAK zich bevinden.

Bron: Azady.nl, Sbeiy, Awene
Investigate attacks on journalists in the Kurdistan Region of Iraq
Investigate attacks on journalists in the Kurdistan Region of Iraq

On 4 May 2010 Sardasht Osman was abducted outside his university in Erbil by a group of unidentified armed men. Two days later he was found dead in Mosul.

A final-year English language student, Sardasht Osman worked as a journalist for the Ashtiname newspaper. According to media reports he had recently published an article that criticized a senior Kurdish political figure.

In recent years, there has been a growing pattern of physical attacks on journalists and others in the Kurdistan Region of Iraq and neighbouring areas who have expressed criticism of leading members and officials of the two main Kurdish political parties, the Patriotic Union of Kurdistan (PUK) and the Kurdistan Democratic Party (KDP), that jointly hold power in the Kurdistan Regional Government (KRG). In at least two cases, those targeted were killed, but no-one has been held responsible for their murders.

Reporters Without Borders reported several attacks against journalists in the Kurdistan Region in the context of the parliamentary elections in March 2010.

Some journalists have been abducted in the street by armed men wearing civilian clothes, beaten up and then released a few hours or days later.

Earlier attacks reported by Amnesty international include the killing on 21 July 2008 of Souran Mama Hama, a 23-year-old journalist. He was shot dead outside his parents’ house in Kirkuk by men wearing civilian clothes. He too had published articles critical of the PUK and KDP.

On 6 March 2008 an academic, ‘Abd al-Sattar Taher Sharif, aged 74, was gunned down in Kirkuk, apparently for his criticism of the Kurdish leaders.

Since the killing of Sardasht Osman, anonymous threats have continued to be made against the lives of people who have denounced his murder.

Halgurd Samad and Rebin Fatah, two journalists from Erbil who organized demonstrations in Erbil and Sulaimaniya on 10 and 11 May to denounce the killing have both since received death threats via sms messages to their mobile phones, which stated: "if you don't stop this campaign [to end assassinations and threats against Journalists] we will kill you like a dog".

In a further development, Sardasht Osman's brother is reported to have told the media that his body, when found on 6 May, bore marks of torture and that Sardasht Osman had been shot in the mouth by those who abducted and murdered him.


Bron: http://www.amnesty.org/en/appeals-for-action/investigate-attacks-journalists-kurdistan-region-iraq
Stop gedwongen terugkeer naar Irak
21 mei 2010 Amnesty International dringt er bij de Nederlandse regering op aan om onmiddellijk op te houden met het gedwongen terugsturen van afgewezen asielzoekers naar Irak.



De organisatie is bezorgd dat het gedwongen uitzetten door Nederland een precedent schept voor Europese landen. Daarnaast is Amnesty International gealarmeerd door berichten dat de Nederlandse autoriteiten mogelijk buitensporig geweld gebruikt hebben tijdens een uitzetting op 30 maart 2010 en vraagt de Minister van Justitie om hier zo spoedig mogelijk een onafhankelijk onderzoek naar in te stellen. Hierbij werd een groep van 35 Irakezen gedwongen teruggestuurd vanuit Rotterdam naar Bagdad in Irak. Dit bracht de teruggestuurde Irakezen in ernstig gevaar en is in strijd met VN-richtlijnen.

De gedwongen uitzettingen van 30 maart 2010 zijn in strijd met de richtlijnen van de Hoge voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR). In deze richtlijnen identificeert de UNHCR vijf Iraakse provincies, Bagdad, Ninewa (Mosul), Kirkuk, Diyala en Salah al-Din, als in het bijzonder gevaarlijk. De UNHCR adviseert Irakezen niet gedwongen naar deze provincies uit te zetten. De UNHCR adviseert ook om niemand gedwongen uit te zetten naar ander delen van Irak, tenzij een individuele beoordeling aantoont dat het voor de persoon in kwestie veilig is om terug te keren.

Amnesty International heeft de afgelopen tijd een aantal van de 35 Irakezen die op 30 maart door Nederland gedwongen zijn uitgezet, gevolgd. Zoals een 22-jarige man, een Shiitische moslim behorend tot de Turkmeense minderheid, die Amnesty vertelde dat hij bang is om terug te gaan naar Tal Afar, ten noorden van Mosul, een gebied waar honderden burgers de afgelopen jaren zijn omgekomen bij sektarisch en ander politiek gemotiveerd geweld. Nog op 14 mei werden 25 mensen in Tal Afar gedood door een zelfmoordaanslag op een voetbalstadion.

Amnesty International is tegenstander van gedwongen terugkeer naar Irak in de huidige situatie van voortgaande onveiligheid en instabiliteit. De organisatie vindt dat Irakezen uit de vijf provincies die in het bijzonder gevaarlijk zijn een vluchtelingenstatus of andere vorm van bescherming zouden moeten krijgen. Als het gaat om asielzoekers uit andere delen van Irak dan zou er een individuele beoordeling moeten volgen, om te bepalen of zij voor een vluchtelingenstatus of een andere vormen van bescherming in aanmerking moeten komen.

In alle gevallen waar asielzoekers uit Irak niet in aanmerking komen voor een vluchtelingenstatus of andere vormen van bescherming, roep Amnesty International gastlanden op om hen tijdelijke bescherming op humanitaire gronden te bieden totdat de veiligheidssituatie in het land verder verbetert is en het veilig voor hen is om terug te keren.

Amnesty International is ook bezorgd over beweringen dat Nederlandse veiligheidsfunctionarissen op het vliegveld van Rotterdam buitensporig geweld gebruikt hebben bij de gedwongen uitzetting op 30 maart en vraagt de Nederlandse autoriteiten om dit zo snel mogelijk, volledig en onafhankelijk te onderzoeken. Een van de uitgezettene beweerd dat hij tot bloedens toe in zijn gezicht geslagen is door veiligheidspersoneel. Ook zou hij met geweld op de grond gehouden zijn, waarbij er geslagen is in zijn maag en op zijn rug. Twee andere uitgezettenen vertelden Amnesty International dat hoewel zij zelf niet mishandeld zijn, zij gezien hebben hoe anderen uit de groep van 35 geslagen werden door veiligheidspersoneel.
Bron: http://www.amnesty.nl/
Iran executeert vijf politieke gevangenen
11 mei 2010 In de Evin-gevangenis in Teheran zijn op zondag 9 mei vijf politieke gevangenen opgehangen die in 2008 onder andere wegens "vijandschap tegen God" ter dood waren veroordeeld. Amnesty heeft de executies scherp veroordeeld.



De vier Koerden Farzad Kamangar, Ali Heydarian, Farhad Vakili, Shirin Alam-Holi en de niet Koerdische Iraniër Mehdi Eslamian werden beschuldigd van "moharebeh" (vijandschap tegen God) naar aanleiding van het plegen van "terroristische daden".

Volgens Malcolm Smart, hoofd van het Midden-Oosten en Noord-Afrika programma van Amnesty International hebben de vijf, onder wie een vrouw, ondanks de ernstige beschuldigingen tegen hen, geen eerlijk proces gehad. 'De gemelde bekentenissen zijn onder andere door marteling afgedwongen', aldus Smart.

Drie van de terdoodveroordeelden zouden lid zijn of banden hebben met de Turks-Koerdische PKK, een gewapende groepering die strijdt tegen de Turkse overheid. De vrouw zou deel uit hebben gemaakt van de in Iran verboden organisatie PJAK, een Iraanse tegenhanger van de PKK. De vijfde persoon die werd opgehangen zou financiële bijstand hebben verleend aan zijn broer, die begin 2009 werd geëxecuteerd wegens de vermeende bomaanslag op een moskee in Shiraz in april 2008, waarbij 14 doden vielen.

In 2010 zijn er tot op heden al tachtig executies geregistreerd door Amnesty International. Volgens de organisatie is het aantal executies in Iran na China het hoogste in de wereld. Vorig jaar werden in Iran rond de vierhonderd mensen terechtgesteld.

Bron:http://www.amnesty.nl/
Pandora's doos: Talabani, Newshirwan en Halabja
Pandora's doos: Talabani, Newshirwan en Halabja


Toen de eerste vrouw in de Griekse Mythologie gemaakt werd door Zeus, kreeg ze een doos met alle narigheid van de wereld erin zodat zijzelf er nooit door zou worden getroffen. Die verleiding kon ze niet weerstaan en Pandora opende de doos. Alle ellende die de mensheid heden ten dage kent, kwam hierbij vrij. De Iraakse president, Jalal Talabani, en zijn huidige aartsvijand, Newshirwan Mustafa, hebben hun Koerdische variant van ‘Pandora’s Doos’ voor veertig jaar samen gedeeld. Ook als het ging om hun rol in de Halabja tragedie op 16 maart 1988. De verleiding der politiek voeren hebben ze niet weerstaan. De doos maakten ze met eigen handen open. Maar wat kwam eruit? En wat bleef erin?


De doos is open

Wie tot nu toe gedacht heeft dat Saddam Hussein het Koerdische stadje Halabja in 1988 met chemische wapens heeft gebombardeerd en daarom als de eerste verantwoordelijke gezien mag worden voor de dood van vijfduizend mensen, heeft het mis. Dat was Newshirwan Mustafa, de huidige oppositieleider van Gorran-beweging. Althans, dat is wat Jalal Talabani tijdens het Vierde Plenum van zijn partij op 31/10/2009 zegt: “De secretaris van Komala [Newshirwan Mustafa, red] gaf het bevel, zonder het medeweten van de partijsecretaris [Talabani, red] en het politburo, aan de onderofficieren om samen met het Iraanse leger Halabja te bevrijden. Dit terwijl Saddam Hussein ons meerdere malen had gewaarschuwd dat indien wij samen met het Iraanse leger een plek aanvallen, hij zijn chemische wapens zal inzetten." [1] De beschuldigingen van Talabani kwamen in een tijd dat het Halabja-dossier twee en een half maand later door het Iraakse gerechtshof behandeld zou worden. De Iraakse openbare aanklager had nog genoeg tijd om meer mensen te vervolgen in de Halabja zaak.

Newshirwan Mustafa, die inderdaad in de jaren tachtig de secretaris was van de grootste partij (Komala) binnen de toen overkoepelende Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), was de-facto de tweede man van de patriotten. Dat ontkent hij ook niet in zijn antwoord op de beschuldigingen van Talabani: “In oktober 1986 werd er een overeenkomst tussen Talabani, namens PUK, en het Iraanse commandant Muhammed Baqir Zulfqadir van de Ramadan kazerne getekend. In de overeenkomst stond dat beide partijen samen zullen vechten tegen het Iraakse leger en de Koerden zonder het medeweten van Iran niet zullen onderhandelen met Saddam Hussein”. [2]

In het kader van die overeenkomst of niet, hebben PUK en het Iraanse leger na 1986 een aantal gezamenlijke militaire operaties uitgevoerd tegen het Iraakse leger. In de operaties Fatih, Fajir en Nasir slaagden ze erin om een aanzienlijk terrein van Zuid-Koerdistan terug te winnen. Ook de bevrijding van de gebieden rondom het toenmalige hoofdkwartier van de PUK in Chwarta waren de vrucht van de nauwe samenwerking tussen PUK en het Iraanse leger onder leiding van de Ali Shamkhani, die later de minister van Defensie werd. “Ook die operaties waren onder directe leiding van Talabani,” schrijft Mustafa in zijn verdediging ,“en bovendien het bevrijden van Halabja was in het kader van een groter plan om grotere gebieden als Qaladize, Raniye, Dukan, Chwarta… etc te bevrijden. Na de Halabja-tragedie, is afgezien van het plan”.


Bewijzen

Veel betrouwbare bewijzen over wie aan de Koerdische zijde daadwerkelijk de leiding had in Halabja, zijn er niet. Oud-PUK-commandant, Shawkat Haji Mushir, schreef in zijn boek (Karesatî Kîmîyabaranî Halabja – Beharî 1988) over de gifgasaanval op Halabja: “Ik had de militaire leiding over de bevrijding van Halabja op 15 maart 1988. Andere directe leidinggevenden over de gehele operatie waren dr. Fuad Massoum en Faraidun Abdulqadir.” Fuad Massoum was de tweede kandidaat van de Koerdische Alliantie, op de lijst van PUK, voor de afgelopen Iraakse verkiezingen en Faraidun Abdulqadir, ook een oud-PUK-commandant, heeft inmiddels zich teruggetrokken uit politiek. Beiden leven nog.

Behalve de PUK, waren de Democratische Partij van Koerdistan (KDP), de Socialistische Partij van Koerdistan, de Islamitische Beweging van Koerdistan (IMK) en de Badr Brigade van de sjiieten betrokken bij de bevrijding van Halabja. Een dergelijke grote operatie, zoals Mustafa het ook voor pleit, kan niet de secretaris-generaal van de grootste partij in Zuid-Koerdistan zijn ontgaan. “Halabja heeft de Koerdische zaak op de internationale arena gezet, hadden we maar meer Halabja’s!”, citeert Newshirwan Mustafa de eerste reactie van Talabani op de Halabja bombardementen. Tegen de beschuldigingen van Mustafa heeft de Iraakse president nooit een antwoord gegeven.


Vervolging

In de hitte van de verkiezingstrijd in juli 2009 om de Koerdische parlement leek het moddergevecht tussen Talabani en Mustafa de mensen zijn ontgaan. Althans, tot 15 maart 2010. Een van de grootste belangengroepen van de slachtoffers van Halabja, Groep 88, schrijft in een verklaring op 15 maart 2010: “We hebben genoeg van beloftes van politici die aandeel hebben gehad in de Halabja-tragedie. Ze hebben niets voor ons stadje gedaan”. De verklaring van Groep 88 is het eerste pleidooi die indirect de Iraakse openbare aanklager onder druk zet om ook de rol van de Koerdische prominenten bij gifgasaanval op Halabja, waarbij meer dan vijfduizend burgers om het leven kwamen, te onderzoeken. [3]

Het huidige politieke klimaat in Irak is echter niet rijp om de rol van de huidige president van Irak en de leider van de grootste Koerdische oppositiepartij in Irak in de Halabja-tragedie in kaart te brengen. Ook omdat bij een dergelijke vervolging ook de rol van Iran onderzocht moet worden. Immers, het was het Iraanse leger die samen met de Koerden Halabja innam op 15 maart 1988.

In Irak vergt ieder juridische vervolging van zulke grote omvang, een sterke politieke steun. En dat kan alleen een partij doen die nationalistisch, voor een sterk centrale regering en een anti-Iraanse beleid pleit. Tot dusver is dat de Rechtstaat Lijst van de huidige Iraakse premier Al-Maliki. Naar alle waarschijnlijkheid zal zijn lijst de grootste partij worden in Irak.

Het enige wat in de Pandora’s doos van Talabani en Mustafa blijft, net als de Griekse godin Pandora, is de hoop. De hoop dat er nooit een dag komt waarop de centrale regering in Bagdad via juridische wegen Newshirwan Mustafa, de man die in een jaar tijd de culturele revolutie in Zuid-Koerdistan in gang bracht en Talabani, de man die wellicht als de beroemdste Koerdische politicus de geschiedenis ingaat, zal vervolgen.

Bronnen:
[1] Deqî Raportî heval skirtêrî gishtî Y.N.K le plinomî çwarem, PUKmedia, 25/12/2009
[2] Le hawxabatiawe bo taxwîn, Sbeiy, 5/1/2010
[3] Namayaki krawe bo parlemani Kurdistan u xalki Halabja, Awene, 15/3/2010
Pagina 1 van 11 1 2 3 4 > >>
Languages
Login
Gebruikernaam

Wachtwoord



Nog geen lid?
Klik hier om aan te melden.

Wachtwoord vergeten?
Vraag hier om een nieuw wachtwoord.
Shoutbox
U moet inloggen om een bericht te kunnen plaatsen.

Nog geen bericht geplaatst.